Mijn dochter vertelt me dat ze onlangs lachend ‘koekenbakker’ werd genoemd. Ze vertelde ook dat als iemand dat tegen je zegt, je het beste kunt antwoorden met ‘mooswief’. Mooswief betekent groentevrouw. In Maastricht staat zij op de Markt, destijds de handelsplaats van de mooswiever. Een standbeeld van een typisch marktvrouwtje. Werd het beeld in 1953 onthuld door Prins Carnaval, sindsdien gaat er geen carnaval voorbij zonder dat ‘t Mooswief een belangrijke rol vervult. Ze is de patrones van de Mestreechter Vastelaovend. Nog elk jaar legt de Stadsprins van Maastricht op de zaterdag vóór Carnaval een krans op de schouders van dit beeld. Een krans van verse groente. En ieder jaar op Carnavalszondag wordt ‘t Mooswief in pop-vorm opgehangen op het Vrijthof nadat de elf kanonschoten hebben geklonken en carnaval is begonnen. De dinsdag daarop wordt zij onder menig traan omlaag gehaald. Het einde van Limburgs mooiste feest.
Of mijn dochter door heeft dat ze iemand ‘uitscheldt’ voor ‘groentevrouwtje’ weet ik niet. Zoals ik eigenlijk ook niet weet of ‘koekenbakker’ nu ’sukkel’ of ‘Hollander’ betekent. Misschien als reactie de volgende keer dan maar ‘vlaaienbakker’ in plaats van ‘mooswief’ erin gooien?