Koester me vaak rijk. Dankbaar voor mijn vriendschappen. De liefde van mijn vriendinnen. Die altijd zorgzame omgeving. Niet enkel de pannetjes soep (ja, dat bestaat nog echt) wanneer ik ziek ben. Juist ook het delen op momenten zonder kommer en kwel. Vriendschap heet dat. Rijk dankzij vriendinnen in de Randstad en in Limburg. Die laatsten deze week in de meerderheid.
Een vriendin die spontaan de post komt langs brengen die kennelijk op mijn oude adres is aangekomen. Door de nieuwe bewoners naar haar gebracht. Door haar weer meegenomen naar Maastricht. En dat terwijl ik geeneens wist dat er post was.
Die vriendin waar ik afgelopen weekend binnenliep. Het gezin was al klaar met eten. Ze pakte een glas wijn en een bord: ‘Je hebt vast nog niet gegeten.’ Wat kennen mijn vriendinnen mij toch goed.
De vriendin waar ik deze week een glas wijn ging drinken. Per sms stemde we het plan af, ze schreef: ‘Ook leuk! Heb vegetarische mihoen!’ En dat terwijl ze zelf al had gegeten. Even later volgde: ‘Thuis! Maak nu fles open! X’ Toen ik aankwam stond de mihoen dampend op mij te wachten.
En dan nog die vrienden die meteen roepen dat ik mijn hond kan brengen, wanneer ze doorhebben dat ik een opvangprobleem heb. Of het ze uitkomt, weet ik niet. Kennelijk stellen zij zichzelf ook niet die vraag, dat heet vriendschap.
Lieve Limburgse vrienden, het woord dank is te klein. Jullie zijn groots!



“Broedplaats en werkplek ineen” is de titel van één van de artikelen die het Limburgs Dagblad schrijft over de opening van het 




